IkBenHetBeu

Op naar een ander Nederland…

Kinderopvang

Kinderopvang was lange tijd een ondergeschoven kindje in Nederland. Nederland liep qua faciliteiten en mogelijkheden ver achter op het buitenland. In 2005 is er besloten om het roer rigoureus om te gooien middels de motie Van Aartsen-Bos. Hierin werd vastgelegd dat het grootste deel van de kinderopvangrekening door het rijk betaald zou gaan worden. In relatief korte tijd groeide het aantal kinderen dat gebruik maakte van de kinderopvang van 150.000 naar 800.000. Het gemiddelde kind maakt  twee en een halve dag per week gebruik van de opvang.  In de gouden jaren leek alles mogelijk. Het aantal kinderopvangorganisaties steeg explosief, gastouders, vaak grootouders, kregen plots zowaar betaald voor het passen op (klein-) kinderen. Het toezicht van de G.G.D. in opdracht van de gemeentes liet te wensen over en het kwaliteitsniveau in de branche was niet om over naar huis te schrijven.

Toen het economisch tij keerde, werd de toeslag in rap tempo weer omlaag gebracht. Lange termijn en politiek, in ieder geval in Nederland geen werkende combinatie. Daarnaast deden zich een aantal vervelende incidenten voor, waarvan de meest opvallende en zonder meer de walgelijkste, de Amsterdamse zedenzaak was.

Incidentenpolitiek

Als gevolg van deze zedenzaak kwamen onze ad-hoc politici weer eens van het pluche. Want als er publiciteit te scoren is, dan weet de gemiddelde politicus/ politica exact wat hem/ haar te doen staat: Op zoek naar de spotlights.

Het gevolg van deze incidentenpolitiek is dat er weer tal van nieuwe ge- en verboden in het leven zijn geroepen. Regeltjes als oplossing. Wie maakt zich in Den Haag druk om echte oplossingen? Er zijn blijkbaar geen ‘visionairs’ die kindermisbruik hadden kunnen zien aankomen.  En als je dit toch eventueel had kunnen zien aankomen, waren er dan werkelijk geen structurele maatregelen voorhanden die vooraf genomen hadden kunnen worden om dergelijke misstanden zoveel mogelijk uit te sluiten.

Logica in de regelgeving

Is het bijvoorbeeld werkelijk noodzakelijk dat alle kinderdagverblijven een vierogenbeleid moeten toepassen? Is het logisch dat dit dan weer niet nodig is bij gastouderopvang. Lopen er enkel bij kinderdagverblijven pedo’s en mensen met losse handjes en andere lichaamsdelen rond? Zijn er bijvoorbeeld geen gastouders met deze verheven eigenschappen? Sluit je kindermisbruik met het vierogenbeleid uit?  Het antwoord op deze vragen is evident.

Zoals uit bovenstaande blijkt, gelden bijvoorbeeld voor gastouders weer andere regels dan voor kindercentra. Voor centra met pak ‘m beet 1.500 medewerkers gelden wel weer dezelfde regeltjes als voor de kleine opvangorganisatie met zo’n tien medewerkers in dienst. Voor de kleine ondernemers in de branche is het vaak een crime om aan alle eisen te voldoen. Ofwel je hebt kennis van automatiseringsprocessen, je bent goed op de hoogte van alle geldende wetgeving, je weet exact wat een instantie als de G.G.D.  namens de gemeentes van je verwacht, idem voor de brandweerbepalingen en uiteraard idem voor de bepalingen van de belastingdienst, je zorgt er voor dat je op de hoogte bent van alle wijzigingen die er tussentijds op welk gebied dan ook optreden, je bent juridisch onderlegd, je bent in staat om het onderhoud aan de vestigingen voor eigen rekening te nemen ofwel je bent aangewezen op derden om dit voor jou af te handelen. De grote organisaties hebben hier hun specialisten voor in huis, de kleine organisaties huren externe specialisten in of trachten zo goed en zo kwaad, vanuit kostenoogpunt, het zelf in te vullen en bij te benen.

Het is ondoenlijk en voor een buitenstaander weinig interessant om hier een opsomming te maken van alle geldende bepalingen. Echter de meeste mensen kunnen zich bijvoorbeeld wel een voorstelling maken van wat er alleen al vanuit de belastingdienst van het individu verwacht wordt. Wel kan het enig inzicht opleveren door een aantal willekeurige voorbeelden er uit te tillen.

  • Elke locatie moet de beschikking hebben over een oudercommissie, ongeacht de grootte van de locatie. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt volledig bij de organisatie;
  • Op elke slaapkamer moet een evacuatiebed aanwezig zijn. De kosten van een dergelijk bedje bedragen ongeveer €300,- tot €500,-.
  • Elke locatie beschikt over een evacuatieplan ten behoeve van de brandweerbepalingen;
  • Per groep kinderen moet, afhankelijk van de grootte van de groep en de leeftijden van de kinderen, een bepaald aantal medewerkers ingezet worden. Om dit te kunnen bepalen is er een rekentool in het leven geroepen. Voor de geïnteresseerden, klik hier om naar de rekentool te gaan.
  • Het vierogenprincipe houdt in dat er ongeacht het aantal aanwezige kinderen op een groep minimaal twee medewerkers ingezet moeten worden. Daarnaast is er de mogelijkheid om over te gaan tot permanent online cameratoezicht. Dit houdt in dat alle ruimtes in het gebouw voorzien moeten worden van camera’s. Elke ruimte moet volledig via camerabeeld bestreken worden. Bij gastouderopvang is het vierogenprincipe dan weer niet van toepassing.
  • Dat de belastingdienst er niet is om het leuker te maken, was al bekend. Maar met een maatregel waarbij de kindcentra jaarlijks en binnenkort maandelijks opvanggegevens moeten aanleveren, wordt het ook niet makkelijker. De belastingdienst bepaalt in welk formaat welke gegevens wanneer aangeleverd dienen te worden;
  • Elke opvanglocatie wordt minimaal één keer per jaar gecontroleerd door zowel de G.G.D. als de brandweer. Veel gestelde eisen zijn niet eenduidig qua opzet, zodat het vaak afhankelijk is van de interpretatie van de betreffende inspecteur hoe er invulling aan gegeven moet worden;

In Nederland is het bijna ondoenlijk om een dergelijke organisatie op te zetten en nog moeilijker een klein tot middelgroot kindercentrum draaiende te houden.

Photo by USDAgov

Vind ik leuk(2)Vind ik niet leuk(0)

admin • 14 december 2014


Previous Post

Next Post

Geef een reactie